Hoe werken schuldhulpverlening en bewind samen? Lees over MSNP, WSNP, kosten en de rol van de kantonrechter bij het oplossen van problematische schulden.
Wanneer de financiële problemen zo hoog oplopen dat er sprake is van problematische schulden, komen vaak twee termen naar voren: schuldhulpverlening en bewind. Hoewel deze begrippen regelmatig door elkaar worden gebruikt, hebben ze elk een eigen functie en wettelijk kader. In de praktijk werken deze twee trajecten vaak nauw samen om iemand weer financieel stabiel te krijgen. De juiste afstemming tussen het beheer van de maandelijkse lasten en het saneren van de openstaande schulden is hierbij essentieel.
Schuldhulpverlening is een breed begrip voor de ondersteuning die geboden wordt aan mensen met schulden die zij niet meer zelfstandig kunnen afbetalen. De gemeente heeft de wettelijke taak om deze hulp te bieden. Het traject begint meestal met een inventarisatie van de financiële situatie. Hierbij wordt gekeken naar het inkomen, de bezittingen en uiteraard de totale schuldenlast.
Er zijn twee hoofdvormen binnen dit traject: de MSNP en de WSNP. De MSNP (Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen) is de eerste stap waarbij de schuldhulpverlener probeert een regeling te treffen met de schuldeisers. Als zij akkoord gaan met een voorstel tegen finale kwijting, wordt de schuld in meestal achttien maanden afbetaald naar draagkracht. Lukt dit minnelijke traject niet, dan kan de gang naar de rechter worden gemaakt voor de WSNP (Wettelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen).
Terwijl de schuldhulpverlener zich richt op het oplossen van de schulden uit het verleden, richt een bewindvoerder zich op de huidige financiële situatie. Bij bewindvoering en beschermingsbewind(/bewindvoering) neemt een professional het beheer over het vermogen en de goederen van de cliënt over. Dit gebeurt na een uitspraak van de kantonrechter.
Wanneer de financiële problemen zo hoog oplopen dat er sprake is van problematische schulden, komen vaak twee termen naar voren: schuldhulpverlening en bewind. Hoewel deze begrippen regelmatig door elkaar worden gebruikt, hebben ze elk een eigen functie en wettelijk kader. In de praktijk werken deze twee trajecten vaak nauw samen om iemand weer financieel stabiel te krijgen. De juiste afstemming tussen het beheer van de maandelijkse lasten en het saneren van de openstaande schulden is hierbij essentieel.
Schuldhulpverlening is een breed begrip voor de ondersteuning die geboden wordt aan mensen met schulden die zij niet meer zelfstandig kunnen afbetalen. De gemeente heeft de wettelijke taak om deze hulp te bieden. Het traject begint meestal met een inventarisatie van de financiële situatie. Hierbij wordt gekeken naar het inkomen, de bezittingen en uiteraard de totale schuldenlast.
Er zijn twee hoofdvormen binnen dit traject: de MSNP en de WSNP. De MSNP (Minnelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen) is de eerste stap waarbij de schuldhulpverlener probeert een regeling te treffen met de schuldeisers. Als zij akkoord gaan met een voorstel tegen finale kwijting, wordt de schuld in meestal achttien maanden afbetaald naar draagkracht. Lukt dit minnelijke traject niet, dan kan de gang naar de rechter worden gemaakt voor de WSNP (Wettelijke Schuldsanering Natuurlijke Personen).
Terwijl de schuldhulpverlener zich richt op het oplossen van de schulden uit het verleden, richt een bewindvoerder zich op de huidige financiële situatie. Bij bewindvoering en beschermingsbewind(/bewindvoering) neemt een professional het beheer over het vermogen en de goederen van de cliënt over. Dit gebeurt na een uitspraak van de kantonrechter.
De bewindvoerder zorgt ervoor dat de vaste lasten(/besparen) worden betaald, dat het inkomen volledig binnenkomt en dat er geen nieuwe schulden ontstaan. Dit creëert de nodige rust die vereist is om een traject voor schuldhulpverlening succesvol te doorlopen. Zonder stabiele financiële basis is het voor een gemeente namelijk erg lastig om afspraken te maken met schuldeisers.
De wisselwerking tussen beide trajecten is cruciaal. Een bewindvoerder kan namens de cliënt schuldhulp aanvragen gemeente en alle benodigde documentatie aanleveren. Omdat de bewindvoerder exact weet wat de inkomsten en uitgaven zijn, kan er snel een betrouwbaar vaste lasten overzicht maken(/vaste-lasten-overzicht) worden gerealiseerd. Dit overzicht is de basis voor de berekening van de afloscapaciteit.
De samenwerking verloopt doorgaans volgens deze stappen:
De bewindvoerder stabiliseert de financiële situatie door het inkomen te beheren en de lopende rekeningen te betalen. Zodra er een stabiele situatie is, meldt de bewindvoerder de cliënt aan bij de gemeentelijke schuldhulpverlening. De gemeente onderzoekt de mogelijkheden voor een MSNP traject en voert de onderhandelingen met schuldeisers. Gedurende het traject houdt de bewindvoerder toezicht op het Vrij Te Laten Bedrag (VTLB) en zorgt dat het aflosbedrag naar de boedelrekening of schuldhulpverlener gaat. Indien het minnelijke traject faalt, ondersteunt de bewindvoerder bij de aanvraag voor de wettelijke schuldsanering (WSNP).
Aan beide trajecten zijn kosten verbonden, hoewel deze voor de cliënt vaak beperkt blijven. De kosten voor bewindvoering zijn wettelijk vastgesteld in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Voor 2024 is het basistarief voor een enkelvoudig bewind ongeveer 133 euro per maand inclusief btw (richtbedrag). Wanneer er sprake is van problematische schulden, ligt dit tarief hoger, rond de 172 euro per maand (richtbedrag).
Voor cliënten met een laag inkomen en weinig vermogen kan de gemeente deze kosten vergoeden via de bijzondere bijstand. De schuldhulpverlening vanuit de gemeente zelf is voor burgers in principe gratis, aangezien dit een wettelijke taak is van de overheid.
Niet iedereen die schuldhulp aanvragen gemeente overweegt, heeft ook een bewindvoerder nodig. Soms volstaat budgetbeheer, wat een vrijwillige vorm van ondersteuning is zonder tussenkomst van een rechter. Echter, bij complexe schulden, beslagleggingen op het inkomen of wanneer iemand door fysieke of mentale omstandigheden niet zelf de financiën kan regelen, biedt beschermingsbewind de nodige juridische bescherming.
De kantonrechter toetst of bewind noodzakelijk is. Een bewindvoerder biedt voor schuldeisers ook een vorm van garantie: zij weten dat er een professional meekijkt die toeziet op het naleven van de afspraken. Dit kan de bereidheid van schuldeisers om mee te werken aan een saneringsvoorstel vergroten.
Voor kantoren die dagelijks te maken hebben met deze complexe materie, is efficiëntie van groot belang. Wij bieden specifieke oplossingen voor bewindvoerders(/bewindvoerders) om het beheer van de vaste lasten van hun cliënten te optimaliseren. Door het collectief regelen van energie, verzekeringen en telecomcontracten kan er direct bespaard worden, wat de afloscapaciteit voor de schuldhulpverlening ten goede komt.
Het overzicht houden op de polissen en contracten van tientallen of honderden cliënten is een tijdrovende klus. Door dit proces te digitaliseren en te centraliseren, blijft er meer tijd over voor de kern van het werk: de cliënt begeleiden naar een schuldenvrije toekomst.
Hoewel schuldhulpverlening en bewind verschillende doelen dienen, versterken ze elkaar in de praktijk. De bewindvoerder zorgt voor de dagelijkse stabiliteit en bescherming, terwijl de schuldhulpverlener werkt aan een structurele oplossing voor de schuldenlast. Deze dubbele aanpak vergroot de kans aanzienlijk dat iemand na een traject van enkele jaren daadwerkelijk met een schone lei verder kan.
Wil je weten of jouw vaste lasten of die van je cliënten scherper kunnen of heb je behoefte aan een duidelijk overzicht van de maandelijkse kosten? Maak een gratis account aan bij Prijsdokter voor een volledige check van de vaste lasten.